BSE en EMV

 

Is er een verband tussen

 

Boviene Spongiforme Encephalitus en Elektro Magnetische Velden ?

 

Het is inmiddels bekend in de wetenschap dat niet de infectie door een nieuw, nog niet eerder gezien virus de ziekte BSE (gekkekoeienziekte) veroorzaakt, maar dat het veranderingen aan de in het organisme aanwezige onschadelijke eiwitmoleculen zijn die de wijzigingen veroorzaken in de in ieder organisme aanwezige prionen.

 

 BSE ontstaat dus niet vanuit dierlijk eiwit.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze geraken aldus, vanuit hun toestand van onschadelijke coëxistentie, in een fase van een sterk pathogene ziekteverwekker.

Naar aanleiding van dit belangrijke resultaat in het prionenonderzoek is in 1998 de Nobelprijs uitgereikt.

Wanneer men als wetenschapper met het oog op deze gegevens de openbare discussie over ”BSE in rundvlees” volgt, en dan vooral toegespitst op het laatste kwartaal van 2000, doemen enkele dringende vragen op, die wijzen op een mogelijk belangrijk wetenschaps-theoretisch en economisch-politiek verband :

 

Waarom wordt voor de bevolking nog steeds het beeld van een ”killervirus” staande gehouden, alsdat het via een infectie het rund en de mens zou bereiken ?

 

Waarom wordt nergens de vraag naar de veroorzaker van veranderingen in eiwitmoleculen gesteld ?

 

Waarom concentreren politieke maatregelen en wetenschappelijke probleemstellingen, en daarbij ook het openbare standpunt, zich op een obsessieve wijze puur en alleen op het voederen met besmet dierlijk meel ?

 

Waarom lijkt bij alle openbare discussies het gezond verstand uitgeschakeld, terwijl toch de vraag naar de oorzaak van de factoren gesteld zou moeten worden ?

 

Waarom worden de resultaten van het prionen-onderzoek stelselmatig genegeerd in de openbare discussies ?

 

Er zijn acht wetenschappelijke feiten, waaruit blijkt (totdat het tegendeel is bewezen) dat er op z’n minst een directe, aanwijsbare factor bestaat m.b.t. het verband tussen BSE en de techniek die gebruikt wordt voor mobiele telefonie:

 

      1.     BSE ontstaat door draaiende impulsen op gezonde moleculen, en niet door infectie met nieuwe virussen:

 

          Door het prionen-onderzoek kan nader omschreven worden dat het veranderingen aan de in het organisme aanwezige onschadelijke eiwit-                   moleculen zijn, die de pathogene werking van prionen bewerkstelligen. En niet het binnendringen van een nieuw virus. 

          Waar bijv. aanvankelijk de zijtak van een molecuul zich rechts van de molecuul-stam bevindt, is slechts een kleine draaiende impuls die de zijtak           naar links knakt voldoende om door een prion een ziekte te laten veroorzaken.

          Op moleculair niveau zijn daarvoor slechts extreem kleine impulsen nodig, die anders niet in werking konden treden als hun effect op levende               wezens niet ontplooid zouden kunnen worden. Deze impulsen zorgen voor een enorme verandering in de vertakkingen en hebben een groot                   effect op het functioneren.

 

       2.     Virussen kunnen een ziekte verwekken wanneer hun moleculaire vorm wordt getroffen door elektromagnetische impulsen:

           Sterische (sterisch = betrekking hebbend op de rangschikking van de atomen in de ruimte) moleculaire-configuraties zijn de aan de                                  biochemische bouwstenen eigen ruimtelijke posities van het molecuul in de ruimte.

           Dit betekent dat de werking van een lichaamsstof afhangt van de hoek positie en de draairichting van de ene atoom naar de andere en van de              ene moleculaire-groep naar de andere.

           De biochemische componenten van moleculen zoals bijv.van gelatine (-C-C-N-C-C-N-C-C-N-C-C-) kunnen in de ene of in de andere richting                  verstrengeld zijn, met deze of met die hoek; de chemische samenstelling verandert niet, maar de werking van het molecuul in het lichaam kan              zeer verschillend zijn. Ook breuk in het chromosoom, een bekend biologisch effect van a-thermische elektromagnetische velden, heeft haar                  oorzaak waarschijnlijk in de beschreven modificatie van de sterische moleculaire configuratie.

    3.          Weerstand tegen BSE gebaseerd op niet verstoorde zwakke elektromagnetische  velden van natuurlijke oorsprong :

 

        Vanderwaals-krachten (naar de Nederlander Johannes Diderik v.d. Waals) is de term voor extreem zwakke elektromagnetische velden. Ze bewerkstelligen bij een levend organisme de instandhouding van de door de natuur gegeven sterische moleculaire configuratie. Fysiologische sterische moleculaire configuraties worden door lichaamseigen elektromagnetische en aantrekkings-krachten en door stuur-impulsen uit natuurlijke bronnen in stand gehouden, die zich op het moleculaire niveau als Vanderwaals-krachten manifesteren. De bronnen van deze natuurlijke elektromagnetische velden zijn wisselwerkings velden van aardse en kosmische krachtvelden, zgn. Schumann-golven, geomagnetische golven, solar golven, en micro-onweer, alsmede andere zoals invloeden door klimaatsverandering. De aantrekkingskracht van deze velden is zo klein en overwegend in het a-thermische bereik, dat klaarblijkelijk zelfs nog gedachten-impulsen in staat zijn om immunologische sterische moleculaire configuraties te veranderen.

 

     4.          Elektromagnetische impulsen bewerkstelligen moleculaire bouwsteen-veranderingen met laser-effect :

 

        Fractalen (zijn bij vergroting gelijkvorming aan het geheel.) Anders gezegd : Fractalen zijn kleine bouwstenen die de structuur van het geheel in zich hebben. De natuur en de bouw van het menselijk lichaam zijn veelal fractaal georganiseerd. Voorbeelden in de natuur zijn varens, bomen, sneeuwvlokken, kristalvormen, landschapstructuren en wat betreft het lichaam het reticulair-endotheliaal systeem RES, de vaatvertakking in de nieren, de corona-arteriën, de histologische opbouw van veel weefsels, de hersenvaten, en nog veel meer. Zo wordt de schitterende en niet te bevatten verscheidenheid van dat wat wij leven noemen d.m.v. een gevarieerde compositie van de eenvoudige bouwstenen en door de wisselwerking tussen georganiseerde en chaotische principes gegarandeerd. Fractale gelijkvormigheden komen we ook weer tegen in de symtomatiële en morfologie van ieder, uniek mens. Microscopische modificaties van een fractaal in georganiseerde systemen, door de ogenschijnlijk geringste prikkeling, bewerkstelligen belangrijke macroscopische vorm- en functieveranderingen van het geheel.

 

Een minimale natuurkundige impuls kan voldoende zijn om bijv. de hoekstand van een fractaal te veranderen, en zo’n vanuit grofstoffelijke visie als irrelevant lijkende impuls is dan voldoende om zich met groot effect op macroscopisch niveau als een serieuze verandering van het geheel te laten zien.

 

Samenhang in het biologisch systeem, daar onder verstaat men de gelijkgerichtheid van een impuls, wat ook ten grondslag ligt aan het laser-principe, waarbij een lage prikkel een groot effect veroorzaakt, berust op een fase-koppeling van fractale resonatoren.

Vandaar dus, omdat zeer veel fijne structuren meteen op invloed van buiten reageren, kunnen dan ook minimale prikkels een catastrofale uitwerking op het systeem hebben.

Dit fenomeen is bekend geworden door het voorbeeld van de synchrone soldatenpas op een brug, met het gevolg dat die gelijkgeschakelde impulsen leiden tot het instorten van de brug.

      5.          Verlies aan flexibiliteit vermindert de compensatie: 

         De omvang van de molecuul-complexen bepaalt de bio-compatibiliteit en de metabolische flexibiliteit.

             De marge tussen flexibiliteit en stijfheid is in het biologische systeem tegelijk de dipool tussen optimale functiereserves enerzijds en de                            teloorgang van de compensatoire regulatie anderzijds. Hoeveel H² O-moleculen in water zich bijv. aan grotere of kleinere complexen                                binden bepaalt in het lichaam of (gevaarlijke) aantrekkingskrachten ontwikkeld worden en fysiologische funties correct verlopen of                                  niet. Deze beslissen over de colloïdale balans tussen wel en niet opgelost, en aldus de relatie van vloeibare en vaste fasen van een                                        oplosmiddel.

 

      6.          Elektromagnetisch ingrijpen in de vorm en in molecuul-complexen verandert het hersenmilieu:

         De eigenschap van colloïden en de werking van daarin aanwezige chemische stoffen wordt beslissend bepaald door de juiste grootte van  molecuul-complexen. Stress en vrije radicalen veroorzaken conglomeraties van kleine bouw-elementen. De wisselwerking tussen inwendige  stuur-impulsen van het biologisch systeem en externe signalen met gelijke prikkels – daarmee ook het blootstellen aan de techniek van de  mobiele telefonie – veroorzaakt stress en beperkt vervolgens a-specifiek het compensatie-vermogen van het systeem, zowel voor  lichaamseigen intermediaire stofwisselingsproducten als ook voor voedings-en gifbelasting van buitenaf. De interne structuur en functies van  het glasachtig lichaam van het oog, middenoor, kraakbeen en tussenwervelschijf, in peesschede, bekleding van vaatwanden, in ruggemerg en  hersenvloeistof, in bloed en veel andere inwendige lichaamsdelen staan hierbij in direct verband met de grootte en de sterische configuratie  van molecuul-complexen en met de colloïdale balans van het eventuele middel.

 

      7.          Elektromagnetische velden in de fokkerij: 

        In de huidige fokkerijen wordt grote waarde gehecht aan het alles eruit halen wat erin zit bij de vleesproductie, en tegelijkertijd aan het besparen op voer dat geen direct voordeel oplevert. Voor dit doel zijn koeien (en waarschijnlijk ook andere slachtdieren) voorzien van een zender om de hals of in de oorschelp. Middels deze sensoren herkent de voerbak dan welke koe er voor staat en hoeveel voer deze nog mag krijgen. De voerbak is eveneens d.m.v. elektronische sensoren met de silo verbonden, zodat een afgepaste hoeveelheid voer, gerelateerd aan het profijtbeginsel, erin gedeponeerd kan worden. Deze zeer moderne veehouderij gaat gepaard met een hoge mate aan ”contaminatie”  van de dieren door elektromagnetische velden, en deze blootstelling vindt voortdurend plaats. Daarnaast worden koeien in speciale elektromagnetische velden gezet, die bij de omheining gebruikt worden. Ten derde is het de groeiende intensiteit en bandbreedte van laagfrequent gepulseerde hoogfrequenties die door zendmasten voor mobieltjes wordt afgegeven, die het mozaïek van elektromagnetische velden rondom de dieren compleet maken. De verschillende op de dieren inwerkende elektromagnetische velden kunnen zich in hun biologische werking wederzijds versterken, in het bijzonder voor wat betreft de prikkel-impulsen die veranderingen geven aan de sterische molecuul-configuraties. Dit versterkend effect moet niet als pure optelsom berekend worden, maar gezien worden als wiskundige macht.

        Daarbij nog chemische gifstoffen en kadavermeel in het voer, dan kunnen ze op z`n minst en zeer waarschijnlijk synergetisch werken, waarmee een effect kan uitblijven. Verschillende synergetische prikkelingen in het biologische systeem veroorzaken met elkaar geheel nieuwe reactie-patronen, die vanuit zichzelf niet door een prikkeling alleen veroorzaakt zouden kunnen worden.

 

 

      8.          Elektromagnetische velden zijn een portieropener voor chemisch gif in de hersenen:

        Gepulste elektromagnetische hoogfrequentvelden verminderen de barrière-functie van de cerebrale bloedbarrière; ze verhogen daarmee de toegankelijkheid voor zenuwbeschadigende eiwitlichaampjes in de zenuwstructuren. Deze ook als ”het paard van Troje-effect” gekenschetste pathologisch verhoogde toegankelijkheid van de vocht-barrière voor cerebraal-toxische proteïne hangt niet af van de duur der blootstelling, doch het effect is er direct. Wanneer aldus virussen in het veevoer aanwezig zijn is het aandeel van elektromagnetische velden er om de toegang tot de zenuwstructuren te begunstigen. Elektromagnetische velden en BSE-prionen werken synergetisch.

 

De ontwikkeling van nieuwe methoden om virussen aan te tonen is zeker onvoldoende, als ze al niet als principieel verkeerd opgezet moet worden beschouwd. De politieke strategie om veestapels radicaal te ruimen indien een BSE geval zich voordoet, en enkele regio’s voor de handel af te sluiten, is wetenschappelijk gezien onbeholpen. Een logischer scenario zou zijn om de elektromagnetische belasting van de omgeving te verlagen in plaats van verder uit te breiden, en de omstandigheden op de fokkerijen en daarnaast ook de voedingsgewoonten van de mens ingrijpend te veranderen. De tot op heden officiële reactie op de BSE-crisis lijkt op een Boerenorganisatie die constateert dat in toenemende mate akkers met geknakte aren voorkomen. Direct laat men alle geknakte halmen eruittrekken, dan wordt bij een volgende aantasting van de aren het betreffende gebied van de halmen gemaaid. Later wordt de hele akker verbrand waarop weer geknakte halmen worden geconstateerd en tenslotte worden hele productiegebieden vernietigd. De geknakte halmen worden nauwkeurig op zieke halm-proteïnen onderzocht, maar niemand test of het misschien bijzondere klimatologische omstandigheden of stormen zijn, die aanvankelijk bij weinig, maar geleidelijkaan bij steeds meer halmen zich voordoen. Ook betreft het onderzoek vervolgens maar één graansoort, later valt op dat het zich naar andere soorten uitbreidt, en desondanks worden alleen de plantenwortels onderzocht en wordt geprobeerd een waarschuwingssysteem te ontwikkelen dat in een vroeg stadium de opname van het ”knak-proteïne” door de haarwortels moet signaleren. Dat het een combinatie van klimatologische factoren, de bodemconditie en de overbemesting van planten is, schijnt voor onderzoekers en de Boerenorganisatie irrelevant te zijn. Ja, men kenschetst deze gedachte zelfs als amateuristisch. Totdat het tegendeel bewezen is, is er geen aanleiding om aan de ernst van een mogelijke samenhang tussen BSE en EMV te twijfelen, en als men de zaak wetenschappelijk beschouwt, in plaats van geloofsovertuigingen te herhalen, moeten de volgende vragen waarschijnlijk met -ja- worden beantwoord:

 

.     Werken elektromagnetische velden vanuit technische bron als een factor voor het veroorzaken van de verandering aan onschadelijke                                eiwitmoleculen, zodat deze van karakter veranderen naar zeer besmettelijke en neuro-destructieve virussen ?

 

.     Zijn elektromagnetische velden (EMV) vervolgens als eigenlijke oorzaak van de BSE-epidemie vast te stellen ?

 

.     Blijft het verband tussen EMV en BSE nog onvermeld, ondanks dat men de verontwaardiging hierover niet weet te sussen ?

 

.     Is een radicale verandering van de omstandigheden binnen de veehouderij en tevens ook verandering in de voedingsgewoonten van de mens                  noodzakelijk om het BSE-probleem op te kunnen lossen ?

 

.     Is derhalve een geleidelijke gewenning van de bevolking te verwachten aan de toename van degeneratieve hersenziektes, zoals het de laatste 20            jaar ook bij het aantal gevallen van kanker te zien is geweest?

 

.     Zijn onderzoekswetenschappers en verantwoordelijke politici bekend met de co-factoriële samenhang tussen EMVen BSE ?

 

.     Houden publieke opinievormers, tegen beter weten in, vast aan de hardnekkige visie van besmet voer als enige oorzaak van BSE ?

 

Als vegetariër zou mij alleen al het beleid van mega-fokkerijen, hun krachtvoer, en voer vermengd met kadavermeel voor planteneters, deze hele waanzinnige productie, een goede gelegenheid moeten zijn om stelling te nemen tegen deze massale vernietiging. Aan de hand van bovenvermelde opsomming van fysiologische en epidemiologische omstandigheden is het duidelijk gemaakt om niet langer de irrationele veronderstelling te volgen  m.b.t.  het BSE-probleem met vermengd voer als enige oorzaak, maar de consequenties trekt uit de kennis die men nu heeft. In het wetenschappelijk onderzoek, alsook in openbare discussies en door politieke en uitvoerende beleidsdragers.

Want wat er vandaag met de gezondheid van dieren aan de hand is, overkomt morgen de mens.

Dit gegeven is tot nog toe altijd uitgekomen. Het is hoogstwaarschijnlijk dat zich binnen de

”BSE-crisis” slechts de top van een, uit de synergetische wisselwerking tussen kunstmatige elektromagnetische velden en chemisch-toxische belastingen, bestaande ijsberg zichtbaar is, waarvan de komende decennia, door de toename van nieuwe degeneratieve ziekten van de hersenen en het zenuwstelsel, de omvang steeds duidelijker zal worden herkend.

Omdat ook nu nog wetenschappers en politici over de duidelijke waarschuwings-signalen er het zwijgen toe doen, is er haast bij beantwoording van de hierboven gestelde vragen.

 

Adres van de auteur: Dr.med.Karl-Heinz Braun-von Gladiss

 

E-mail : braunvongladiss@telenet.ch/braunvongladiss

 

www.buergerwelle.de            © Dr.med.Karl-Heinz Braun-von Gladiss, Paracelsus Klinik LustmÜhle,jan.2001

 

Kunnen ziekteverwekkende prionen in melk voorkomen?

 

De Zwitserse BSE­-onderzoeker Andriano Aguzzi verwacht ook in melk de verwekkers van de gekkekoeienziekte te kunnen aantreffen. Dat heeft hij gezegd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. Aguzzi leidt het onderzoeksteam dat een maand geleden aantoonde dat de ziekmakende prionen in urine gevonden kunnen worden. Hij baseert zijn conclusie op onderzoek met scrapieprionen bij muizen. Die prionen veroorzaken scrapie en ook BSE.

Aguzzi zei toen dat onderzoek naar prionen in melk geen interpreteerbare resultaten had opgeleverd. Nu zegt hij dat het onwaarschijnlijk is dat prionen niet in melk voorkomen. Uit het onderzoek van Aguzzi is gebleken dat prionen voorkomen bij ontstoken organen. Hij onderzoekt of prionen ook voorkomen in melk van dieren met mastitis.

Als koeien met BSE en uierontsteking prionen via de melk uitscheiden, bestaat in theorie de mogelijkheid dat besmetting via die weg op mensen wordt overgebracht. Tot nu toe zijn BSE­-maatregelen niet gericht op die besmettingsweg, al wordt melk van BSE-koeien wel vernietigd. Tot hiertoe werd aangenomen dat de besmetting van mensen loopt via consumptie van besmette runderorganen.

In Nederland vindt de zuivelindustrie de bevindingen niet verontrustend. “Daar is geen aanleiding toe”, zegt een woordvoerder van de Nederlandse Zuivel Organisatie. “Het artikel in Nature roept alleen vermoedens op”. Komt erbij dat de BSE-maatregelen in de Europese Unie langzaam afgebouwd worden omdat het aantal BSE-gevallen fors is gedaald.

 

Bron: Agrarisch Dagblad 05/11/2005 

 

Water vitalisering voor de veehouderij

 

“Scrapie-besmetting kan via urine”

 

De overdracht van scrapie van het ene op het andere dier zou via de urine kunnen gaan. Uit Zwitsers onderzoek is gebleken dat urine van met scrapie besmette muizen met nierontsteking de besmettelijke prionen bevat. Het onderzoek is in het wetenschappelijk tijdschrift Science gepubliceerd door het team van Adriano Aguzzi van de Universiteit van Zürich, die eerder vaststelde dat de besmettelijke prionen in organen met een ontsteking kunnen voorkomen.

Dat prionen in afgescheiden lichaamsstoffen voorkomen is eerder beschreven, maar nooit in onderzoeken bevestigd. Het onderzoek van Aguzzi zegt niets over de uitscheiding van prionen via de melk. Onderzoek daarnaar is nog aan de gang, maar bewijzen zijn er voorlopig alleszins niet. Het team van onderzoeker Aguzzi wil ook geen voorspellingen doen over de uitkomst van dit onderzoek.

De Zwitserse onderzoekers hebben ook geen verklaring voor het feit dat prionen in de urine terechtkomen. Ze vermoeden dat de infectie van de nieren op zich kan leiden tot de productie van prionen. Dat prionen in urine kunnen voorkomen, kan betekenen dat de zeer stabiele en onder extreme omstandigheden afbreekbare prionen ook voorkomen in de natuur, buiten de besmette dieren.

 

Bron: Agrarisch Dagblad  18/10/2005 

 

Mogelijk 14.000 Britten besmet met gekkekoeienziekte

 

Mogelijk zijn veel meer Britten besmet met de menselijke variant van de gekkekoeienziekte dan tot dusver werd aangenomen. In The Lancet hebben Britse onderzoekers een studie gepubliceerd die ervoor waarschuwt dat misschien niet 4.000 maar wel 14.000 mensen besmet zijn zonder het zelf te weten. De bevinding betekent een verhoogd risico op verdere besmetting via bloedtransfusies en besmet chirurgisch materiaal.

Toen de BSE-ziekte in Groot-Britannië piekte, gingen de meest pessimistische scenario’s uit van een half miljoen doden. Zover is het gelukkig niet gekomen. Tot hiertoe rapporteerden de Britten 161 gevallen, 18 gevallen deden zich voor in Frankrijk en 12 in andere delen van de wereld. Sinds 2000 is het aantal dodelijke slachtoffers ieder jaar gedaald, tot 5 sterfgevallen vorig jaar en één dode tot hiertoe in 2006.

Epidemiologisch onderzoek van het Imperial College in Londen leidde vorig jaar tot de voorspelling dat nog een 70-tal van de naar schatting 3.000 besmette personen zouden sterven aan de gekkekoeienziekte. De incubatietijd is zo lang dat de anderen zullen overlijden aan andere aandoeningen. Maar volgens de nieuwe Britse studie op basis van dierproeven is het dus mogelijk dat een tienvoud aan Britten besmet is, wat er in elk geval toe zou leiden dat nog veel meer mensen zullen sterven aan de nieuwe variant van Creutzfeld-Jakob.

De onderzoekers benadrukken dat een nationaal onderzoek nodig is om de ziekte in te dammen. Er is nog geen behandeling tegen de ziekte van Creutzfeld-Jakob.

 

Bron: Info Vilt 27-03-2006

 

Home

 

 

 

 

website page counter