Vitaliserende kwaliteit


Alle levende wezens genereren en zenden vormen van straling uit. Biophotonen, elektromagnetische frequenties, warmte, geluid, geur worden door het lichaam uitgezonden. De aard van deze straling is direct afhankelijk van de staat waarin het lichaam verkeert. Dan hebben we het over ziekte, gezondheid, blijdschap, stress etc. Het lichaam zendt op deze manier subtiele informatie uit.


De biophotonen (bio=leven, photon=deeltje dat licht uitzendt) zijn in dit opzicht minder bekend, maar heel interessant. Elk levend wezen (dus ook planten en bacterien) maakt deze deeltjes en zendt ze, al dan niet versterkt, weer uit.

Het belang van goed water :

Met behulp van biophotonen zijn fenomenen als energiebanen, levenskracht en boviswaarden goed te verklaren.

Biophotonen zijn zichtbaar te maken met directe fotografie, waarbij het object direct op een fotogevoelige emulsie wordt gehouden (Kirlian fotografie). De grootte van de stralenkrans, de kleuren etc. geven zo een beeld van de energie status van het object. Dit is het zichtbaar maken van inwendige levensenergie, dus een allesomvattende maat voor kwaliteit.

Men kan dit ook zichtbaar maken met behulp van chroma’s. Met behulp van chroma’s worden de diverse biologische fracties met behulp van speciaal papier zichtbaar gemaakt. De structuur, vorm en kleur van de chroma is indicatief voor de inwendige energetische kwaliteit van het onderzochte product.

De energetische waarde is te kwantificeren met behulp van de waarde van Bovis. Dit is een subjectieve, maar wel herhaalbare waardebeoordeling van materialen, zaden, planten, dieren levensmiddelen etc. De volgende waarden worden gebruikt:

Boviswaarden:

 0-3.000 Ziekmakend

3.000-6.500 Ongezond

6.500-7.000 Neutraal

7.000-8.000 Gezond

8.000-en hoger Vitaliserend

Biophotonen zijn het medium waar cellen onderling mee communiceren. Zij vitaliseren cellen, weefsels en het organisme door het geven van informatie dragende energie. Zij verzorgen de afstemming van levensprocessen op verschillende niveaus, te beginnen bij de drager van erfelijke informatie, het DNA. Ook kunnen zij stamcellen activeren en aanzetten tot reparatie van beschadigd weefsel. Dit kan heel ver gaan, zelfs tot het geheel vernieuwen van verbrijzelde gewrichten.

Alle levende organismen zijn afhankelijk van de energiestatus van hun voedsel. Met andere woorden: is de vitaliserende energie van het voedsel onder de maat, dan is dit ook negatief voor degene die het voedsel opeet. Dit geldt ook voor planten. Als de bodem “slecht” is, dan worden de planten ook nooit goed en zullen de dieren die deze planten eten ook een slechte energiestatus hebben. Uiteraard geldt dit ook voor de mensen die deze dieren weer eten.
Via de voedselketen werkt de energiestatus door tot degene die aan de top staan.

Het grote probleem is dat de bodems in Nederland slecht van kwaliteit zijn. Dit is onder meer ook duidelijk te maken aan de hand van chroma’s. In het geval van de bodem kunnen chroma’s de kwaliteit van de biologische bestanddelen, de mate van mineralisatie en de fase van fermentatie zichtbaar gemaakt worden. Chroma’s kunnen ook van voeders gemaakt worden.

De energetische waarde van de bodems is zo laag vanwege gebruik van kunstmest, drijfmest, chemicaliën, zware machines. De toch al marginale gezondheid van de planten die op deze gronden moeten groeien wordt nog verder aangetast door monocultuur, genetische manipulatie, chemicaliën etc.

Het belang van hoog vitale voeding.

Door het gebruik van laag vitaal water en voeding die geteeld is met kunstmest,  behandeld met diverse chemische gewasbeschermingsmiddelen, en de toename van steeds meer onnatuurlijke stralingsvelden, krijgt men steeds minder vitaliteit en allerlei lichamelijke klachten. Men voelt zich moe en lusteloos.

Een simpel voorbeeld zijn de reumatische aandoeningen. Hoe onstaan deze verschijnselen?

De invloed van anorganische minerale stoffen in normaal leiding- en bronwater op het lichamelijk welzijn van de mens.

Bij menig consument leeft de opvatting en het geloof dat een hoog gehalte aan minerale stoffen in het water de gezondheid bevordert. In werkelijkheid is het zo, dat de niet assimileerbare, anorganische minerale stoffen langzaam in het menselijke organisme kalkafzetting vormen.

Bekend is dat deze zeer pijnlijk kunnen zijn, zoals alle verkalkingsziekten. Maar in het bijzonder gewrichtsverkalkingen en de invloed op artritis en arteriosclerose.

Waarom zijn deze anorganische minerale stoffen in water voor ons organisme zo schadelijk ? Omdat alleen planten in staat zijn deze anorganische minerale stoffen om te zetten in voedingstoffen en deze op te nemen. Het menselijke lichaam is hiertoe niet in staat, deze stoffen zetten zich vast in het bindweefsel van de mens met alle gevolgen van dien.

De meeste reumatische aandoeningen zijn het gevolg van een stoornis in het afweersysteem van het lichaam. Hierbij worden afweerstoffen tegen eiwitten en celstructuren van het eigen lichaam gemaakt (auto-immuunziekten). Tot deze groep behoren aandoeningen als chronische gewrichtsreuma, de ziekte van Bechterew, de ziekte van Reiter, Lupes erythematodes en sclerodermie. Gewrichtsontstekingen kunnen ook het gevolg zijn van irritatie van de gewrichtsweefsels door losliggende stukjes bot of kraakbeen, door herhaaldelijke bloedingen in het gewricht, of door kristalafzetting in de gewrichtsweefsels, zoals bij jicht.

De Aquarius Vitaliser® zorgt ervoor dat al deze anorganische minerale stoffen, die van nature in leiding- en bronwater zitten, colloïdaal worden gemaakt.

Dat betekent dat deze minerale stoffen van structuur zijn veranderd in miniscule stofdeeltjes. Zich niet kunnen vastzetten in het bindweefsel, maar nu wel in het stofwisselingsproces worden opgenomen. De Aquarius watervitaliser® kan zo een belangrijke bijdrage leveren aan de vitaliteit van mens en dier.

Zie ook: Vitale groente  en  Biologische groente

Daarom is het van het allergrootste belang om voeding zoals hoogvitale groenten te eten. Deze groenten bevatten weer alle mineralen en sporenelementen in de juiste natuurlijke balans. Dit in tegenstelling tot groenten die met kunstmatige voeding zijn geteeld.

Een voorbeeld aan de hand van kristalfoto’s.

 

 

 

 

Kristalfoto van wortelsap met kunstmatige voeding geteeld.

 

 

 

 

Kristalfoto van wortelsap met hoogvitaal water en natuurlijke voeding geteeld.

 

Hier nog wat wetenswaardigheden over goede voeding en het belang van natuurlijke mineralen en sporenelementen.
    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

’30 procent meer antioxidanten in biologische producten’

Volgens Amerikaans onderzoek hebben biologische landbouwmethoden de potentie om het gemiddelde gehalte aan antioxidanten te verhogen, vooral in verse producten. Het gehalte aan antioxidanten in biologische producten is zo’n 30 procent hoger dan gangbare producten die onder dezelfde omstandigheden zijn geteeld, aldus het rapport Elevating Antioxidant Levels Through Organic Farming and Food Processing van The Organic Center for Education and Promotion.

 

In het rapport worden vijftien kwantitatieve onderzoeken naar antioxidanten in biologische en gangbare groenten en fruit besproken. In dertien van de vijftien gevallen bevatten de biologische producten meer antioxidanten. Gemiddeld bevatten de biologische producten een derde meer antioxidanten en/of fenolen dan gangbare groenten en fruit.
Het gebruik van vaste mest, bodembedekkers en langzaam vrijkomende stikstof in de biologische landbouw kan het gehalte van antioxidanten en polyfenolen in biologische producten verhogen, aldus het onderzoek.

 

Wanneer groenten en fruit bij een optimale rijpheid worden geoogst en in onbewerkte vorm gegeten, zonder het verwijderen van de schil, zal inname van antioxidanten hoger zijn, zegt onderzoeker Charles Benbrook. De buitenkant van groenten en fruit bevat over het algemeen de hoogste concentratie antioxidanten. Consumenten schillen gangbare groenten en fruit vaak uit angst voor resten bestrijdingsmiddelen.

 

De verschillen in verwerking van biologische en gangbare producten hebben ook invloed op het gehalte aan antioxidanten. Zo zorgen hoge temperaturen en hogedruk voor een daling van het antioxidantengehalte. Verwerkers van biologische producten gebruiken vaak lagedruk en koude persingsmethoden bij de productie van sappen en oliën. Dit resulteert volgens het Amerikaanse onderzoek in producten met meer smaak en meer voedingsstoffen, waaronder antioxidanten.

 

Zie voor meer informatie de website van The Organic Center

 

Niet meer, maar betere groenten.

 

We moeten eigenlijk meer groenten eten, prenten voorlichters ons in. Maar we vertikken het. Wageningse technologen hebben een alternatief voor de wanhopige pogingen om het voedingskundige tij te keren. ‘Laat de mensen eten wat ze gewend zijn, maar maak hun groenten gezonder.’

 

Een echt onderzoek mag het van hem niet heten. Dr. Matthijs Dekker van de leerstoelgroep Productontwerpen en kwaliteitskunde heeft modellen gemaakt op basis van gegevens uit de literatuur, waarmee hij achter zijn pc studies kon simuleren.
Dekker gebruikte gegevens die zijn leerstoelgroep had verzameld over een groep phytochemicaliën in brassicagroenten zoals spruiten en kool, de glucosinolaten. In sommige studies verminderen die de kans op darmkanker. ‘In een heleboel andere studies doen brassicagroenten zo goed als niets’, zegt Dekker. ‘Ons onderzoek kan verklaren waarom. Tussen het ene en het andere levensmiddel op basis van kool kan de hoeveelheid glucosinolaten met een factor vijfhonderd variëren. In rode kool in blik zit bijvoorbeeld nog maar een fractie van de glucosinaten die je in verse kool aantreft.’

 

Puur theoretisch

Toen Dekker ging spelen met zijn model, voedde hij het met aannames. Stel nou dat de gemiddelde Nederlanders net zoveel kool blijft eten als hij op dit moment doet. Stel dat er veel minder variatie is in de concentratie actieve stoffen in groenten. En stel dat in alle voedingsmiddelen waar kool in verwerkt is, de concentratie glucosinolaten met een factor drie omhoog gaat. Wat gebeurt er dan met het aantal Nederlanders dat darmkanker krijgt? De uitkomst was spectaculair.
Het aantal gevallen van darmkanker nam af met 45 procent, wat neerkomt op 2700 gevallen minder per jaar. ‘Het is puur theoretisch’, zegt Dekker. ‘Maar daarom niet minder opmerkelijk, zeker als je bedenkt dat je die verhoging van de hoeveelheid bioactieve stoffen vrij eenvoudig kunt realiseren.’

Daarover gaan de presentaties die Dekker en zijn collega dr. Ruud Verkerk, ook verbonden aan de leerstoelgroep Productontwerpen en kwaliteitskunde, deze week in Egmond aan Zee verzorgen. ‘Dat gebeurt in het kader van het EU-programma COST’, zegt Verkerk. ‘Brussel heeft geld beschikbaar gesteld voor workshops van onderzoekers op het gebied van phytochemicaliën. Wageningen organiseert deze bijeenkomst.’
Tijdens de workshop gaat Verkerk in discussie met prof. Klaus Ammann, die aan de universiteit van Bern meewerkte aan de totstandkoming van de transgene Gouden Rijst. Die rijstvariant maakt dankzij nieuwe genen bètacaroteen aan, een andere verbinding die een gezondheidsbeschermende werking zou hebben. Bètacaroteen wordt in het lichaam bovendien omgezet in vitamine A. De Gouden Rijst moet het tekort aan vitamine A in ontwikkelingslanden helpen opheffen.
‘Je hebt wel meer van zulke initiatieven’, zegt Verkerk. ‘In Wageningen heeft PRI bijvoorbeeld een tomaat ontwikkeld die extra quercetine aanmaakt, weer een ander gezond stofje. Wat wij willen zeggen is dat het ontwikkelen van gentechvarianten niet genoeg is als je meer van dit soort inhoudsstoffen bij de consument wilt brengen. Je zult ook naar de rest van de keten moeten kijken.’

 

Broccoli

Als je de hoeveelheid glucosinolaten in kool wilt verhogen, dan begint dat bij de keuze van het gewas, vertelt Dekker. ‘Neem nou broccoli, de groente in ons dieet die de meeste glucosinolaten bevat. De concentratie glucosinolaten tussen het ene en het andere broccoliras kan een factor dertig variëren.’
Het verschil tussen die rassen is op het oog niet te zien. Dat geldt ook voor de op één na rijkste bron van glucosinolaten, rode kool. ‘Je zou in de winkel een label nodig hebben om de consument het verschil te laten zien’, zegt Dekker. ‘We merken dat de animo daarvoor bij organisaties als The Greenery toeneemt.’
Opslag en transport zijn geen belangrijke factoren voor de concentratie van de beschermende stoffen, bleek uit studies. Bereiding, door de industrie en bij de consument thuis, echter wel.

‘Glucosinolaten lossen op in water’, zegt Dekker. ‘Hoe meer kookwater je weggooit, des te minder houd je over. Verder breken glucosinolaten af door verhitting. Hoe langer je kookt, des te minder glucosinolaten houd je over.’ De kant–en-klare kool in plastic zakjes, blik of glas bevat daarom bitter weinig van de goede stoffen. Ook in zuurkool zijn glucosinolaten grotendeels afwezig. Het zout waarmee zuurkool wordt behandeld heeft de cellen laten leeglopen, waardoor de glucosinolaten zijn weggelekt. Voorgesneden kool scoort daarentegen weer redelijk. ‘Het snijden van kool doet de gehalten aan glucosinolaten na een paar dagen juist stijgen’, zegt Dekker.
De kennis die zijn leerstoelgroep heeft verworven zou fabrikanten kunnen helpen aan verbeterde processen, en consumenten aan preciezer richtlijnen. Dekkers simulaties maken bovendien duidelijk wat voor effect zulke maatregelen zouden kunnen hebben. Maar ze werpen vooral de vraag op hoe het mogelijk is dat epidemiologen sowieso verbanden tussen de consumptie van producten en gezondheid vinden.

 

Polyfenolen

‘Glucosinolaten zijn een bijzonder geval’, zegt dr. Ilja Arts van onderzoeksinstituut Rikilt. Arts doet zelf onderzoek naar een andere groep plantaardige inhoudsstoffen die vermoedelijk gezondheidsbevorderende eigenschappen heeft: die van de polyfenolen. ‘Glucosinolaten zijn kwetsbaar, en reageren sterk op de manier waarop je als consument met je levensmiddelen omgaat, meer dan andere inhoudsstoffen. Variaties van een factor vijfhonderd, zoals die bij glucosinolaten zijn gevonden, zie je bij polyfenolen meestal niet.’

Flavonolen zoals quercetine zitten bijvoorbeeld in uien. Maar omdat er suikers vastzitten aan de meeste quercetinemoleculen, overleven de verbindingen het bakken, al bestaat de kans dat de verbindingen weglekken naar het vet. In appels zitten weer andere polyfenolen, de catechines. ‘We hebben wel eens naar commercieel appelsap gekeken’, zegt Arts. ‘En daar zat, in vergelijking met verse appels, inderdaad niet zoveel meer in. Als je kijkt naar appelmoes, dan valt het met die afname juist weer mee.’
Onderzoekers hopen dat inhoudsstoffen als polyfenolen en glucosinolaten beschermen tegen ziekten. Zo vermindert lycopeen, een aan bètacaroteen verwante verbinding in pastasaus of tomatenketchup, de kans op prostaatkanker. Maar er zijn ook aanwijzingen in een andere richting. In experimenten waarbij proefdieren datzelfde lycopeen als pure stof binnenkrijgen gebeurt er helemaal niks.

Hooggedoseerde pillen met bètacaroteen zijn zelfs gevaarlijk. Studies waarbij proefpersonen supplementen met bètacaroteen kregen zijn afgeblazen, omdat gebruikers juist vaker kanker kregen.
‘Kennelijk moeten de stoffen in hun voedingsmiddelen blijven om het gewenste effect te sorteren’, zegt Dekker. ‘Je kunt meer gezondheidswinst behalen met campagnes die de consumptie van groenten en fruit moeten verhogen. Daarnaast zou je groenten en fruit op de markt kunnen brengen met verhoogde gehaltes van beschermende stoffen. Dat laatst werkt misschien nog het beste.’

Bron: Wb 13-10-2005

NL – “Groenten en fruit kunnen veel gezonder”      

De gehaltes gezonde stoffen in groente- en fruitproducten schommelen zo sterk dat de mogelijke gezondheidsbevorderende werking van deze producten verre van optimaal is. Momenteel worden in groenten en fruit meer dan honderdvoudige verschillen teruggevonden. Dat staat te lezen in een persbericht van de Wageningse universiteit.

Modelsimulaties voorspellen een verlaging van het risico op dikkedarmkanker in de orde van 45 procent indien de hele productieketen erin zou slagen om ervoor te zorgen dat de gemiddelde gehaltes gezonde stoffen met een factor drie zouden stijgen. Die winst zou mogelijk zijn door een betere rasselectie, optimale bewerkingsprocessen en goede consumentenvoorlichting, aldus de onderzoekers Matthijs Dekker en Ruud Verkerk.

Volgens de onderzoekers zijn de veredeling, de teelt, de stockage en de verwerking van groenten en fruit van oudsher sterk gefocust op de maximalisering van de productie, de daling van het bederf en het behoud van een aantrekkelijk uitzicht. En dus is er minder aandacht voor de vitamines en mineralen. De jongste jaren wordt trouwens van steeds meer plantaardige producten duidelijk dat ze een belangrijke beschermende rol spelen bij allerlei verouderingsziekten. Recent zijn er aanwijzingen bijgekomen voor de vertraging van het proces van dementie.

 bron: Vilt, 14/10/2005

Groenten beschermen risicogevallen tegen longkanker

Groenten eten is goed voor ons algemeen welzijn, dat weten we allemaal, want het heeft al heel wat kinderen gedwongen de gehate spruitjes te verorberen. Maar het gaat nog verder, zo schrijft de Daily Mail, want vooral die groente biedt, net als veel koolsoorten en broccoli, bij risicogevallen ook bescherming tegen longkanker.

Tot die risicogevallen behoren mensen die een tekort hebben aan de twee genen die een rol spelen bij de werking van isothiocyanaten, die de mens tegen deze vorm van kanker beschermen. En in alle soorten kool, in broccoli en in spruitjes zit een grote hoeveelheid van die isothiocyanaten, zo blijkt uit een onderzoek waarvan de resultaten worden gepubliceerd door het tijdschrift The Lancet.

Het onderzoek werd verricht door dr. Paul Brennan, van het in Lyon gevestigde Internationaal Bureau voor Kankeronderzoek, en er namen 2.141 longkankerpatiënten en 2.168 gezonde personen aan deel. Het DNA van die proefpersonen werd onderzocht, net als hun eetgewoonten. En daaruit werd de conclusie getrokken dat het eten van groenten bij de mensen met één zo’n ‘niet-actief gen’ een derde meer bescherming biedt en bij de mensen die beide genen misten zelfs 72 procent beter beschermt tegen deze gevreesde en vaak dodelijke vorm van kanker.

Bron: De Morgen 31-10-2005-11-01

Gezonde en vitale voeding:  zo kan het ook
Complementair H2O producten

Het vitale scharrelei uit de Volièrestal in al zijn vormen
 

Pluimveehouderij E.Visscher  Hessenweg 91  Dalfsen  Tel. 0529-431523

Zoals de Griekse zeegod reeds zei kan het ei immers allerlei gedaanten aannemen. Escoffier vertelt hoe je de ontelbare eierbereidingen het best indeelt. De meester onderscheidt: spiegeleieren, gepocheerde eieren, eieren in vormen, en cocottes of caisses, gebakken eieren, zacht- en hardgekookte, roereieren en koude eieren.

GESPIEGELD  EN GEPOCHEERD

Over spiegeleieren zegt de wijze Escoffier dat de kunst zit in de juiste mate van gaarheid: daarmee doelt hij op een kakelvers spiegelei, waarvan het eiwit tot een melkachtige kleur is gestold en waarbij zich op de dooier een glanzende spiegel heeft gevormd. Pocheren, de tweede bereidingstechniek waarover Escoffier het heeft, gebeurt op 95 graden in water waaraan per liter 10 g zout en een eetlepel azijn zijn toegevoegd.

Om de azijnsmaak uit de eieren te laten trekken, neemt men met een schuimspaan de eieren uit het kookwater, om ze vervolgens in een kookpot met heet, gezouten water te dompelen. In feite is een gepocheerd ei niets anders dan een zachtgekookt ei zonder schaal.   Echte liefhebbers serveren gepocheerde eieren op toast of bladerdeeg.

EIEREN IN VORM

In vormen bereide eieren zijn minder courant, hoewel het resultaat decoratief is. De techniek is de volgende: de eieren direct in de beboterde vorm breken of losgeklopt als een beslag in de vorm gieten en in een warmwaterbad pocheren. In cocottes of caisses bereide eieren zijn in potjes au bain-marie gaargepocheerde eieren, die op servet of papieren taartrand worden opgediend.

In Engeland en Amerika houdt men van het bakken van eieren in vet. Het ei wordt op een bord gebroken en gekruid met peper en zout. Vervolgens laat de kok het ei in de pan glijden, waarna met een houten lepel het gestolde eiwit over de dooier wordt gelegd.

KOOK HET HARD

Niets is controversiëler dan het simpelweg koken van een eitje. Iedere eiliefhebber heeft zijn eigen wensen, waarbij de consistentie van gestold wit en dooier de voornaamste criteria voor tevredenheid zijn. Men kan van de bereiding van het hardgekookt eitje een kunst maken. Het eenvoudigste is het ei een tiental minuten in driftig kokend water te houden, maar dan is het wit gestold en onaangenaam taai. Je kan het ei ook zo’n half uur langzaam laten garen in water van 85 C, waarna het ook hardgekookt is maar een heel andere dichtheid heeft.             

Soms schrikt men wanneer hardgekookte eieren langs de dooiers een blauwe rand vertonen. De verkleuring is onschadelijk en ontstaat bij het lange koken. Eiwit bevat namelijk zwavel. Onder invloed van het temperatuurverschil migreert die zwavel naar de dooier en vormt met het ijzer van de dooier een blauwe rand. De kans dat dit verschijnsel zich voordoet, verkleint naarmate men korter kookt, de eieren afkoelt, en zo snel mogelijk pelt.

Roerei

Roereieren gelden algemeen als de fijnste bereidingswijze, mits ze niet te gaar en te droog zijn. Een vakkundig bereid roereitje behoort zacht en romig te zijn, zoals het binnenste van een omelet. Fransen hebben hiervoor de mooie term baveux, wat je zou kunnen omschrijven als halfgaar en mollig.

Roereieren bereid je door in een pan met dikke bodem 50 g boter zachtjes te verwarmen, waarna de losgeklopte eieren in de pan gaan. Het eierbeslag gaart langzaam onder voortdurend roeren met een houten lepel. Het stollingsproces wordt afgeremd door op het einde van de bereiding de pan van het vuur te halen en klontjes boter en eventueel een weinig room door de massa te roeren.

Voedingswaarde

Een ei is klein van stuk, maar staat bol van voedingsstoffen die belangrijk zijn voor ons lichaam.
Het levert zeer hoogwaardige eiwitten (eieren kennen de hoogste biologische waarde, namelijk 96 van alle voedingsmiddelen, hetgeen wil zeggen een samenstelling die nauw overeenkomt met ons lichaamseiwit). Een ei levert weinig vet en de belangrijke enkelvoudig onverzadigde vetzuren zijn meer aanwezig dan verzadigde vetzuren. Het vermijden van teveel verzadigde vetzuren in de dagelijkse voeding is nu een feit.

Ook komen er meervoudig onverzadigde vetzuren voor in eieren. De voedingswaarde van één ei van 58 gram is samengesteld uit eiwit + vet + koolhydraten en dat is slechts 80 kCal. of kiloCalorieën of 334 kJ = kiloJoules per ei. Een ei levert belangrijke vitamines en mineralen. Een ei zorgt voor Vitamine A al voor 25% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH). Overige relevante vitaminen in onze dagelijkse voeding komen ook in een ei voor:

Mineralen zijn ook belangrijk en die worden aangeduid als sporenelementen omdat ze slechts in kleine hoeveelheden voorkomen. In het ei: mineralen als ijzer, natrium, kalium, calcium, fosfor en selenium.

Vitaminen % van de ADH
Vitamine A 25%
Vitamine D 20%
Vitamine E 15%
Vitamine K 45%
Vitamine B2= Riboflafine 10%
Vitamine B5= Pantotheenzuur 10%
Vitamine B8= Biotine 10%
Vitamine B11= Foliumzuur 10%
Vitamine B12 55%
Energie 356 KJ/87kcal
Eiwit 8 milligram
Vetten 9 milligram
Natrium 90 milligram
Kalium 90 milligram
Calcium 36 milligram
Fosfor 135 milligram
Ijzer 1,2 milligram
Vitamine A 0,12 milligram
Vitamine B1 0,1 milligram
Vitamine B2 0,2 milligram
Vitamine B6 0,1 milligram

 

 

Bijzondere eigenschappen van de eidooier

Choline, van belang voor het functioneren van de zenuwcellen, ontwikkeling hersenen, geheugen en het voorkomen van Alzheimer komt al in 282 mg voor (vooral dooier). Per dag voorzien 2 eieren in de aanbevolen dagelijkse behoefte. Luteïne en zeaxanthine spelen een rol bij spierverslappingen in het oog en deze stoffen komen veel voor in eieren. En de Amerikaanse Beaver Dam Eye Study laat zien dat een hogere eierconsumptie gepaard gaat met een verlaagd risico op een hartaanval.

Menselijk lichaam en cholesterol

Ons lichaam kan niet zonder cholesterol, het is nodig voor de vorming van galzuren die de spijsvertering een handje helpen en is een bouwstof voor alle cellen (vooral hersen- en zenuwcellen). Ook is cholesterol nodig voor de vorming van vitamine D in de huid als we in de zon zitten en voor de aanmaak van verschillende hormonen. Onze lever produceert per dag ongeveer 800 mg cholesterol en er komt gemiddeld 150 mg cholesterol uit de voeding. Ons lichaam maakt dus zelf vijf keer zoveel cholesterol als we uit ons eten binnen krijgen! Eten we af en toe meer cholesterol, dan corrigeert ons lichaam dat zelf. Het produceert gewoon minder cholesterol en neemt dan minder op uit de voeding. Als we minder cholesterol binnen krijgen uit ons eten, dan maakt het lichaam wat meer. Tot zover is er bij een gezond mens dan ook niets aan de hand. Er zijn mensen bij wie de verwerking niet normaal verloopt en erfelijke factoren een rol kunnen spelen. Die afwijkingen moeten serieus genomen worden en dan moet men extra opletten met zijn/haar voeding.

Uw ei

In de eidooier zit cholesterol en dat is ca. 220 mg gemiddeld. Eet u een eitje, dan neemt uw lichaam daar ongeveer de helft van op. De rest wordt op natuurlijke wijze afgevoerd via de ontlasting. De hoeveelheid cholesterol in het ei doet er niet zoveel toe, weten we nu. Veel belangrijker zijn de vetten. Ook dan komt het ei er goed uit. Een gemiddeld ei bevat 1,7 gram verzadigde vetten en 4,2 gram onverzadigde. Die laatste kunnen helpen het risico op hart- en vaatziekten te verkleinen.

Over de cholesterol in die eidooier hoeven we ons geen zorgen te maken. Integendeel, u mag gerust een eitje eten! Wel geldt: te eenzijdige voeding is niet goed. Op eieren alléén kunt u niet leven. Een gezond lichaam is het meest gebaat bij een gevarieerde voeding. Bij mensen die een afwijking hebben in hun lever, ziek zijn of gevoelig zijn voor vetachtige stoffen, is een aangepast dieet noodzakelijk, maar dan is de hulp van een diëtist welkom om op het goede voedingsspoor te komen. Eieren passen uitstekend in een goede voeding. Ze kunnen worden gekookt, gepocheerd, gebakken (in producten met veel meervoudig onverzadigde vetten) of in allerlei gerechten worden verwerkt als gebak. Het genieten van een eitje op zijn tijd is en blijft een belangrijk feit! Het ei is de functional food van de natuur zelf.

Deze eieren zijn absoluut vrij van antibiotica en andere medicijnen. Onze kippen krijgen hoogwaardige voeding met de juiste natuurlijke mineralen en sporenelementen, en hebben de beschikking over gevitaliseerd drinkwater.

 Voor meer info : http://www.aquariusvitaliser.info/kk_600002.html

Rode bieten

 

Omdat rode bieten in de biologische kankerbehandeling altijd vermeld worden als natuurlijk medicament, is het hier de plaats de rode biet eens nader onder de loep te nemen.

Rode bieten staan erom bekend dat ze het immuunstelsel stimuleren en kankerbestrijdende stoffen bevatten. Laten we in de eerste plaats eens kijken naar de rode kleur van de biet, welke kleurstof men anthocyaan noemt.

Denk eens aan de blauwe druif in het artikel over druiven in dit werkboek. Ook hier is dezelfde blauwe kleurstof aanwezig en ook hier werd de druif aanbevolen bij de natuurlijke behandeling van kanker.

In het algemeen kan men dus ook zeggen dat vruchten met rode, violette en blauwe kleurstoffen anthocyaanhoudend zijn. Let hier eens op bij uw voedselkeuze.

De rode kleurstof bevordert in ieder geval de celademhaling en celstofwisseling. Het is bekend dat kankercellen zich vooral kunnen ontwikkelen in een zuurstofarm milieu, dus draagt de biet ertoe bij dat de kankercel met meer zuurstof wordt omgeven.

Hieruit kan men dus ook afleiden dat veel beweging in een gezonde buitenlucht en een bewust goede ademhaling van belang zijn.

Ook is empirisch vastgesteld dat het regelmatig drinken van bietensap bij leukemie het bloed verbetert. Vermeldenswaard is misschien nog dat de rode anthocyaan kleurstof in de verschillende vruchten vaak nog wordt versterkt na de eerste nachtvorst. Verder zegt men dat de anthocyanen een natuurlijke bescherming geven bij hart- en vaatziekten, de “slechte” vormen van cholesterol bestrijden en meehelpen bij nachtblindheid (denk hierbij ook aan bosbessen).

Men onderscheidt twee soorten cholesterol, de goede en de slechte:
De lagedichtheid-lipoproteïnen oftewel LDL brengen het cholesterol naar de weefsels en dit LDL-cholesterol zet zich gemakkelijk af in de vaatwanden, waardoor het bijvoorbeeld aderverkalking bevordert. Dit LDL noemt men dan ook de slechte cholesterol.

De hogedichtheid-lipoproteïnen oftewel HDL genaamd verwijderen juist het cholesterol uit de bloedvaatwand en voeren het dan af naar de lever, alwaar het wordt afgebroken.

We gaan door met de rode biet en zijn inhoudstoffen: rode bieten bevatten kalium.

kalium

– helpt de chemische balans van het lichaam te bewaren.
– is betrokken bij de regulering van de hartslag
– reguleert de bloeddruk
– is belangrijk voor de regulering van de vochthuishouding en werkt samen met natrium
– heeft een gunstig effect op de zenuwfunctie (overdracht zenuwimpulsen, spierbewegingen)
– is ook betrokken bij de regulatie van de bloedsuikerspiegel
– helpt mee het zuur/base-evenwicht te reguleren
– bevordert de verwijdering van afvalstoffen uit het lichaam door stimulering van de nieren

Een kaliumtekort komt in normale omstandigheden eigenlijk niet voor.

Alleen bij mensen die plaspillen gebruiken, overmatig laxeermiddelen gebruiken, ernstige diarree hebben of hevig moeten braken kan het voorkomen.

Bij sporters zou een kaliumtekort vermoeidheid en spierkrampen kunnen geven, echter daarvoor kunnen ook andere oorzaken zijn.

Een teveel aan kalium kan ontstaan doordat de nieren niet goed functioneren.

Het is niet verstandig kaliumtabletten te gebruiken.

De oplossing is het gebruik van een goede voeding met veel groenten en fruit. Kook dus nooit aardappelen en groenten in te veel water. Er gaat dan veel kalium verloren door het afgieten van het water.

Calcium

Een volgende inhoudstof van de rode biet is: calcium

Calcium is het mineraal waar onze botten en tanden uit bestaan en kan in het lichaan alleen goed worden opgenomen als er voldoende vitamine D in het lichaam aanwezig is.
De functie van calcium is:
– zorgt voor het behoud van krachtige botten en tanden (calcium en fosfor werken samen).
– zorgt voor het regelmatig kloppen van het hart (werkt samen met magnesium).
– heeft een gunstig effect op de bloeddruk.
– het voorkomt slapeloosheid.
– speelt een rol bij de stofwisseling van ijzer in het lichaam.
– helpt het zenuwstelsel (vooral bij het overbrengen van impulsen).
– is betrokken bij het reguleren van het zuur/base evenwicht.

Calciumtekort veroorzaakt engelse ziekte (rachitis), botverweking (osteomalacie), osteoporose (ontkalking van het bot), terwijl men ook de bovenvermelde functies van calcium in ogenschouw moet nemen.

Magnesium

Vervolgens bevat de rode biet magnesium en gezien het bovenstaande, is dit een mooie combinatie, want magnesium is noodzakelijk voor de stofwisseling van vooral calcium, evenals trouwens vitamine C, fosfor, natrium en kalium.
– magnesium is heel belangrijk voor een goede werking van zenuwen en spieren.
– belangrijk voor de omzetting van bloedsuiker in energie
– goed tegen stress – alcoholici hebben vaak een tekort aan magnesium.
Magnesium vindt men behalve in rode bieten ook o.a. in vijgen, citroenen, grapefruit, amandelen, noten, zaden, donkergroene groenten, brandnetels en appels.

Rode bieten bevatten vitamine A

– vitamine A is nuttig bij een zwak gezichtsvermogen
– bestrijdt nachtblindheid
– is van belang bij allerlei oogaandoeningen
– vergroot de algemene weerstand
– helpt bij infecties van de ademhalingswegen
– verkort de ziekteduur
– bevordert de groei
– geeft krachtige botten
– zorgt voor een gezonde huid en gezond haar
– zorgt voor sterke tanden en tandvlees
– zorgt voor de groei en regeneratie van weefsels
Vitamine A vindt men behalve in rode bieten in levertraan, lever, wortelen, groene en gele groenten, melk- en zuivelprodukten, margarine en geel fruit, zoals abrikozen.

Rode bieten bevatten vitamine B1 (thiamine)

– vitamine B1 bevordert de groei
– is behulpzaam bij de vertering van koolhydraten
– bevordert het geestelijk welzijn
– is van belang bij de stofwisseling van de grote hersenen
– ook van belang bij de stofwisseling van de centrale zenuwknopen
– bevorderlijk voor de spierwerking van het hart
– bestrijdt lucht- en zeeziekte – verlicht pijn na tandheelkundige ingrepen
– helpt bij de behandeling van gordelroos
– stimuleert de aanmaak van rode bloedlichaampjes
Vitamine B1 zit behalve in rode bieten in biergist, tarwekiemen, ongepelde rijst, volkoren meel, havermout, de meeste groenten, melk, peulvruchten, eierdooiers, etc.

Rode bieten bevatten vitamine B2 (riboflavine)

– vitamine B2 is belangrijk voor normale groei en houdt het weefsel in stand
– goed voor gezonde huid, nagels en haar
– voorkomt gekloofde lippen, tong en mond(hoeken)
– goed voor het gezichtsvermogen, voorkomt vermoeide ogen
– speelt een rol bij de zuurstofvoorziening van het oog
– is van belang bij de stofwisseling van koolhydraten, eiwitten en vetten
– beschermt tegen bloedarmoede
Vitamine B2 zit behalve in rode bieten in melk, kaas, groene bladgroenten, lever, vis, eieren, etc.
(Vitamine B2 lost op in kokende vloeistoffen )

Rode bieten bevatten vitamine B3 (niacine)

De functie van niacine is:

– gunstig effect op het spijsverteringssysteem
– verbetert de stofwisseling van eiwitten, vetten en koolhydraten
– zorgt voor een gezonde huid
– voorkomt of verlicht migraine
– verwijdt de bloedvaten
– verbetert de bloedsomloop
– gaat hoge bloeddruk tegen
– helpt duizelingen bij de ziekte van Menière te verminderen
– vermindert het cholesterolgehalte

Bij een tekort krijgt men huid- en slijmvliesontstekingen, dementie, slapeloosheid, spierzwakte.

Men vindt niacine in biergist, tarwekiemen, vis, lever, eieren, tomatenpuree, avocado’s, peulvruchten, dadels, vijgen, pruimen, volkorenprodukten, zilvervliesrijst.

Rode bieten bevatten vitamine C (ascorbinezuur)

– vitamine C helpt wonden, verbrandingen en bloedend tandvlees genezen
– versnelt het genezingsproces na een operatieve ingreep
– voorkomt scheurbuik – voorkomt verkoudheden, immuunsysteem stimulerend in het algemeen
– speelt een rol bij de absorptie van ijzer in het lichaam
– vermindert het ontstaan van bloedproppen in de aderen
– werkt als natuurlijk laxeermiddel – gaat de vorming van nitrosaminen tegen (kankerverwekkende stoffen)
– versterkt het bindweefsel (collageen)
– is een antioxidant
– heeft een ontgiftende werking
– helpt bij stress (stress put nl vitamine C uit
– elke sigaret vernietigt 25 mg vitamine C
– wordt aanbevolen als preventief middel tegen wiegedood
– biedt bescherming tegen kankerverwekkende stoffen
– enzovoort …
Vitamine C zit behalve in rode bieten in citrusvruchten, bessen, kiwi’s, groene bladgroenten, tomaten, bloemkool, aardappelen, koolsoorten, etc.

Rode bieten bevatten erg veel vitamine P (dat omvat vitamine C-complex, bioflavonoïden, rutine, hesperidine en nog 6 andere bioflavonoïden).

Dit zijn belangrijke stoffen die noodzakelijk zijn voor de juiste functionering en absorptie van vitamine C. Flavonoïden zijn de stoffen die de gele en oranje kleur aan citrusvruchten geven. Het is heel belangrijk wanneer men vitamine C gebruikt, ook deze vitamine P-stoffen binnen te krijgen.

De functies van vitamine P:

– verhindert dat vitamine C oxydeert en vernietigd wordt
– versterkt de wanden van de haarvaten
– voorkomt blauwe plekken
– helpt weerstand opbouwen tegen infecties
– voorkomt en geneest bloedend tandvlees
– verhoogt de werkzaamheid van vitamine C
– helpt bij de behandeling van oedeem
– helpt bij duizeligheid ten gevolge van aandoeningen van het inwendige oor

Vitamine P vindt men in :

De pit en het witte vruchtvlees van citrusvruchten, rode bieten, rozebottels, kersen, zwarte bessen, druiven, boekweit, appels, propolis, etc.

Rode bieten bevatten betaïne en dat behoort tot de lipotrope stoffen.

De belangrijkste functie van een lipotrope stof is het verhinderen van ophopingen van vetten in de lever. Lipotrope stoffen vergroten de produktie van lecithine door de lever, waardoor het cholesterol beter oplosbaar blijft. Betaïne ontgift de lever en vergroot de weerstand tegen ziektes, omdat ze de zwezerik (thymus) stimuleren bij de produktie van antistoffen. Andere lipotrope stoffen zijn methionine, choline en inositol. Betaïne versterkt ook het spijsverteringproces.

Rode bieten bevatten ijzer.

Weliswaar niet in grote hoeveelheid, maar het ijzer uit de rode biet wordt een stuk beter opgenomen dan ijzertabletten.

De functies van ijzer:

– speelt een rol bij de groei
– versterkt het immuunsysteem
– voorkomt vermoeidheid
– geneest en voorkomt bloedarmoede t.g.v. ijzergebrek
– zorgt voor een gezonde huidskleur
– aanmaak van hemoglobine
– zuurstoftransport via de rode bloedcellen
– nodig voor de stofwisseling van vitamine B-complex
– betrokken bij de eiwitstofwisseling
– vitamine C bevordert de opname van ijzer

IJzer vindt men in broccoli, bloemkool, gedroogde perziken, pompoen, eierdooiers, noten, bonen, asperges, melasse, havermout, tomaten, citrusvruchten, rood vlees, rauwe mosselen, hart en lever.

Oxaalzuur zoals men in spinazie en rabarber aantreft, bemoeilijkt de opname van ijzer, evenals fosforeiwitten in eieren en fytinezuur in ongezuurd tarwemeel

Lees ook eens het wat uitgebreidere artikel over ijzer in dit werkboek

Rode bieten bevatten mangaan.

Mangaan activeert de enzymen die nodig zijn voor de juiste verwerking in het lichaam van biotine, vitamine B1 en vitamine C. Mangaan is ook nodig voor een goede botstructuur en de vorming van thyroxine, het belangrijkste hormoon dat door de schildklier wordt geproduceerd. Het is belangrijk voor de vruchtbaarheid en het normaal functioneren van het centrale zenuwstelsel. Het verdrijft vermoeidheid, heeft invloed op de spierreflexen en verbetert het geheugen. Het is nodig voor de omzetting van koolhydraten en reguleert de bloedsuikerspiegel.
Bij gebrek aan mangaan kan men een stoornis krijgen in de spierreflexen (ataxie) en duizeligheid en mentale afwezigheid kan ook een gevolg zijn van een tekort. Mangaan vindt men vooral in rode bieten, noten, groene bladgroenten, erwten, eierdooiers en volkorenprodukten.

Rode bieten bevatten foliumzuur.

Foliumzuur is een onderdeel van vitamine B-complex en is essentieel voor de produktie van rode bloedlichaampjes. Ook speelt het een rol bij de stofwisseling van eiwitten en is belangrijk voor de deling van lichaamscellen. Het helpt ook mee suiker en aminozuren te verwerken en is belangrijk voor de produktie van nucelïnezuren (RNA en DNA).

functies van foliumzuur:

– verbetert de melkafscheiding
– beschermt tegen ingewandsparasieten
– beschermt tegen voedselvergiftigingen
– zorgt voor een gezonde huid
– is pijnstillend
– vertraagt vergrijzing, samen met pantotheenzuur en PABA
– stimuleert de eetlust bij uitgeputte personen
– helpt bloedarmoede te bestrijden
– stimuleert de produktie van rode bloedlichaampjes
– stimuleert de stofwisseling
– stimuleert de produktie van RNA en DNA
– stimuleert het immuunsysteem
– helpt bij de hersenstofwisseling
– helpt bij de functie van de lever
– foliumzuur en vitamine B12 hebben identieke functies

Foliumzuur is heel erg belangrijk bij de groei van de foetus (vermindert de kans op afwijkingen aan het ruggemerg, zoals spina bifida (open ruggetje).

Bij een tekort aan foliumzuur kunnen de volgende symptomen en/of ziektes ontstaan:

macrocytaire anemie (bepaalde vorm van bloedarmoede), vermoeidheid, duizeligheid, depressiviteit, grijze haren, angsten

Foliumzuur vindt men in: diepgroene bladgroenten, asperges, tarwe, peulvruchten, biergist, noten, broccoli, melk, sinaasappels, spinazie, volkorenbrood, peterselie, peulen, lever, oesters, zalm.

Rode bieten bevatten ook veel nitraat. (Doch wanneer geteeld met vitaal water en natuurlijke meststoffen is het nitraatgehalte aanzienlijk minder dan normaal).

Daarom is het belangrijk om vitamine C-poeder toe te voegen om de omzetting nitraat-nitriet-nitrosamine (is kankerverwekkend) te blokkeren. Nitraat, een schadelijke stof, wordt veel in groenten gevonden. Vooral in andijvie, bleekselderij, postelein, raapstelen, radijs, rode bieten, selderij, alle soorten sla, spinazie, spitskool, tuinkers, venkel. Bij al deze groenten is het dus raadzaam om er vitamine C bij te consumeren.

Rode bieten bevatten proteaseremmers.

Proteaseremmers zijn stofjes die onze verteringsenzymen blokkeren.
Proteaseremmers vindt men ook in rauwe aardappels en als tomaten nog groen zijn, bestaan ze soms wel voor 50 % uit proteaseremmers. Het is dan ook niet raadzaam om onrijpe tomaten te eten.

Door koken verliezen de proteaseremmers hun werking. Planten maken proteaseremmers om hun voedselvoorraden te beschermen tegen vraat. De mens eet in feite uit de voorraden van de plant. Voor de mens remmen ze de werking van eiwit-afbrekende enzymen (proteases zoals bijvoorbeeld trypsine) die in de darmen het eiwit afbreken tot vrije aminozuren.

Die vrije aminozuren worden opgenomen in het bloed en door het lichaam gebruikt voor het maken van bijvoorbeeld spiereiwitten en hemoglobine.

Een proteaseremmer zorgt er dus voor dat je het eiwit uit het voedsel niet meer kunt gebruiken voor het onderhoud van je lichaam omdat je verteringsenzymen niet meer werken.

Voor planten is het dus een onderdeel van hun afweer. Bladeren hebben normaal weinig proteaseremmers. Echter als ze aangevreten worden, gaat het blad proteaseremmers maken. Ze beschermen dus de plant.

Ook bij dieren (knaagdieren, slakken, rupsen, insekten, aaltjes, schimmels, bacteriën, virussen, remmen ze de enzymwerking en die zullen dus ook de vruchten niet voortijdig opeten. Kortom, de natuur zit mooi in elkaar.

Nu wil het geval dat men proteaseremmers nogal eenvoudig uit planten kan zuiveren. En in de reguliere geneeskunde maakt men dan ook gebruik van de eigenschappen van deze stof en wel als AIDS-remmer, want het blijkt dat deze stof uit planten de vermenigvuldiging van het HIV-virus remt. In geïsoleerde vorm heeft men er dus een medicament van gemaakt.

De werking berust dus op een blokkade van bepaalde verteringsenzymen waardoor er geen eiwitten meer verteerd kunnen worden. De geïsoleerde proteaseremmers hebben als monotherapie een krachtige antiretrovirale activiteit (het AIDS-virus is nl. een zogenaamd retrovirus).

Ook in de biotechnologie (landbouw) worden onderzoeken gedaan omdat men hiermee op een onschadelijke manier insekten te lijf kan gaan.

Het sap van een rauwe aardappel wordt in de natuurgeneeskunde gebruikt als middel ter bestrijding van maagzuur.

Daarom is het dus zo, dat men ook hier op de dosering moet letten en gaat de stelregel baat het niet, dan schaadt het niet, lang niet altijd op en méér van iets hoeft niet per definitie beter te zijn (lees ook eens het artikel over de aardappel in het werkboek).

Wortel- en bietensap wordt vaak gecombineerd als kankerremmend middel en men adviseert daar dan drie glazen per dag van.

Zuurkool als wapen tegen vogelgriep en vele andere ziektes door de goede enzym werking in de darmen door het koude fermentatie proces

Zuurkool kan het geheime wapen tegen vogelpest zijn. Wetenschappers veronderstellen dat zuurkool een bacterie (lactobacillus) bevat die het levensgevaarlijke H5N1-virus kan verslaan.

Deze conclusie volgt op een proef waarbij 13 besmette kippen kimchi, de Koreaanse variant van zuurkool, gevoerd kregen. Elf kippen waren een week later volledig hersteld.

Sinds gezondheidsdeskundigen accepteren dat zuurkool en soortgelijke gerechten positief zijn voor de volksgezondheid, is de consumptie ervan in onder meer Korea, de VS en Groot-Brittannië razendsnel gestegen. Het gerecht zou ook werken bij de bestrijding van kanker en vergiftingen. Bovendien is het rijk aan vitaminen.

Bron: Agrarisch Dagblad 13-11-2005

Ook goede zuivel kan een bijdrage leveren aan onze gezondheid.

http://www.aquariusvitaliser.info/Volle melk.pdf

Home 

 

   web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters web page counters