Wat is er aan de hand met onze voeding ?
Industriële veevoeders bestaan ongeveer 50 jaar. In die 50 jaar hebben we allerlei ziektes zien verschijnen. Allerlei ziektes van A tot Z zijn in opmars.
Wij hebben duizend jaar pekelcultuur afgelegd tot aan na de Tweede Wereldoorlog. Na de uitvinding van koelkasten en diepvriezers waren er geen bewaarmiddelen als pekelzuur meer nodig.
Dit was een hele vooruitgang, want pekelzuur als bewaarmiddel voor vlees, bonen, en vele andere groenten zorgde ook voor veel problemen met de gezondheid van mensen. Door het pekelzuur liepen de mensen al krom op hun 60e jaar door botontkalking. Men had toen ook nog niet de wetenschappelijke kennis om kalk aan de voeding toe te voegen, alhoewel er kalk genoeg voorradig was. Want zeeschelpen-calcium is in Europa overal aanwezig, maar men gebruikte het niet.
De vogels, die wisten het wel. Want daar waar zeeschelpen zijn, daar zitten alle trekvogels tijdens hun heen en terug vlucht. Daar nemen zij hun basiscalcium op, omdat zeeschelpen-calcium een levend calcium is. Eigenlijk is het een calciumserum: het is eerst omgezet in een schelpdier en vanuit zijn energiebasis naar schelp gegroeid.
De huidige veevoederindustrie gebruikt calcium uit gemalen kasseiensteen, leisteen, en mergelkalk. Het calcium uit deze steen wordt verkregen door het vermalen van deze steensoorten, en is lekker goedkoop om in het veevoeder te verwerken.
Maar zoals u wellicht weet maakten onze verre voorouders het vuur aan met deze stenen, omdat deze steen splijtstof bezit (vuursteen). Deze vuurstenen komen in alle vormen van veevoeder voor, en komen via het veevoeder ook in het vlees, melk, eieren, en ja zelfs in de in gevangenschap gekweekte zalm en forel.
En daar gaat het dus fout.
Want de lading (+ en - polariteit ) van de atomen van dit calcium zorgt ervoor dat de stuurkring van mens en dier verstoord wordt. (De frequenties van mineralen en sporenelementen zijn aanstuurprocessen in de celdeling). We hebben mede daardoor zo’n grote opleving van het aantal kankergevallen.
De gebruikte grondstoffen uit dit rotsgesteente, calcium en rotsfosfaat, zorgen voor veel problemen. Uit het fosfaat wordt de splijtstof gehaald voor de kerncentrales en het afval daarvan gaat naar de veevoederindustrie. Dit is onverantwoord. Terwijl er bronnen als zeeschelpen voorradig zijn.
Zes jaar geleden heeft het Europarlement beslist om overal hetzelfde voedingspatroon op te leggen, en dat is met rotsfosfaat. Men mag geen beenfosfaat, beendermeel, en vismeel meer gebruiken omdat deze producten de BSE uitbraak veroorzaakt zouden hebben. Dit is een fabeltje. Er zijn-wetenschappelijk nu vastgesteld- ongeveer 500 mensen gestorven aan Creutzfeld-Jacobsyndroom, waarbij er duidelijke aanwijzing is voor de schadelijke werking van elektromagnetische velden. Er sterft 7% van de Europese bevolking aan kanker, en dit laat men aan zich voorbijgaan.
Voor alle ziektes die op ons afkomen, zoals kanker, diabetes en vele andere, ligt de belangrijkste oorzaak in de voeding. Als we niet snel ingrijpen gaan we eraan ten onder. Alleen omdat dit ons opgedrongen wordt door enkele beleidsmakers in Brussel.
In waspoeder mag in Europa geen fosfaat meer gebruikt worden en in veevoeder moet het er juist in. Leg mij maar eens uit wat het milieu-effect daarvan is? Ik kan er maar één ding uit opmaken en dat is: Hoe meer fosfaat er aan de mensen verstrekt wordt, des te minder pensioen er betaald hoeft te worden. Want we worden allemaal veel te oud en als men dan een kleine vergiftiging kan doorvoeren, dan zijn de mensen die nu nog te oud worden weg, en dan is het pensioenprobleem hiermee ook opgelost.
Als we dus gezond willen blijven en oud willen worden is het van belang dat we de regulier geproduceerde producten zoals vlees, melk, en eieren met daarin de gifstoffen uit kasseienstenen en rotsfosfaten laten staan.
Daarom is het ook van wezenlijk belang dat er weer gezonde ingrediënten in het veevoer gebruikt worden.
Dan hebben we nog een bijkomende factor: er mag geen eiwit van dieren, en vismeel in de veevoeders gebruikt worden. Je kunt zeggen dit is goed. Doch kijk eens naar een kip. Die is van nature wel degelijk een vleeseter en als ze de kans krijgt een worm te vinden zal ze het niet nalaten deze op te eten.
Bepaalde dieren hebben dus wel degelijk dierlijk eiwit nodig, dat laten sommige dieren in de natuur zelf zien. En wij zorgen er nu voor dat de eiwitopbouw zonder de nuttige omega-3 vetzuren plaatsvindt, zonder er bij na te denken welke gevolgen dit heeft voor de opbouw van onze lichaamscellen.
We moeten weer terug naar de natuur. De natuur in de breedste zin van het woord. Men heeft nu in Europa een wet gemaakt voor de bescherming van bio-producten, dus de levende producten. Maar wat is het verschil tussen een varken gevoerd met gifstoffen in het voer, en een varken gevoerd met natuurlijke producten. Het zijn allebei bio-producten. Want bio wil zeggen leven, en niets anders.
Voor bioproducten geldt dat 80% van de voeding moet bestaan uit producten van natuurlijke oorsprong en dat 20% uit het reguliere circuit mag komen. Maar dan is het dus eigenlijk nog steeds geen bioproduct, want het is hierdoor in feite gelijk aan de bekende industriele producten.
Daar gaat het dus weer fout.
We hebben nu ongeveer 7 jaar geleden de natuurlijke aminozuren vervangen door synthetische aminozuren. Toch zijn er in de natuur in vlees en vis ongeveer 60 aminozuren die we kennen, en er zijn er misschien nog wel honderd die we niet kennen. Terwijl de synthetische aminozuren nu juist ook gericht zijn op groei en prestaties. Maar de gevolgen zijn dramatisch. Ze hebben op de korte termijn een beter effect dan de natuurlijke aminozuren, doch op de langere termijn betekent het een ramp.
De dieren worden gevoed tot de dag van het slachten met de impuls van al die synthetische aminozuren, en wij eten dit vlees op, wat tot gevolg heeft dat heel veel mensen er prostaat- en borstkanker van krijgen.
Hoe dit gebeurt zal ik u uitleggen: een kip met synthetische aminozuren gevoerd weegt 2 kilo op een leeftijd van 5 weken, en gevoerd met natuurlijke aminozuren doet ze er een week langer over om op dat gewicht te komen. Economisch is dat voor de kippenhouder beter en ook voor de industriële veevoederfabrikant, maar voor de gebruiker is het een ramp.
Deze synthetische aminozuren in de voeding zorgen voor overgewicht bij de mens. Kijkt u maar eens om u heen hoeveel jonge mensen hiermee worstelen. En vergeet ook niet de negatieve invloed op de weerstand van de mensen door de toevoeging van al deze chemische onnatuurlijke producten.
Als u het niet kunt geloven, dan raad ik u aan eens een kijkje te nemen op de kinderafdeling van een ziekenhuis. U zult versteld staan van alle ellende die daar dan op u afkomt. Maar dit wordt allemaal netjes afgeschermd voor de meeste mensen. Men gaat niet zo gauw naar zoiets kijken. Het is niet anders dan pech hebben als je dat overkomt met je eigen kinderen.....
Nee, het is het biologisch evenwicht dat verstoord is tijdens de zwangerschap. Het is de hoogste tijd dat hier wat aan gedaan wordt. Een zwangere vrouw zou nooit synthetische producten mogen eten tijdens de zwangerschap. Men zegt dikwijls dat een vrouw dan niet mag roken, dat ze dit of dat niet mag, enz. Maar over het rotsfosfaat, rotscalcium en de synthetische aminozuren in veevoeding daar wordt niet over gesproken, terwijl dit toch de veroorzakers zijn van heel veel problemen.
Er zijn veevoeders die vandaag de dag gemaakt worden met 40% dode grondstoffen,d.w.z. grondstoffen die afkomstig zijn van de industrie, zoals zetmeel van plastic-fabrikanten en autobandenindustrie. Dat komt dus bij ons in het veevoer! Bij sommige fabrikanten tot wel 40%.
Dat zijn dode grondstoffen. De zetmelen die voortkomen uit tarwe en mais of andere granen, worden gesplitst en de lange-keten zetmelen worden gebruikt om rubber en plastic te maken, en de korte zetmelen die afgescheiden worden verwerkt men in het veevoer. Maar dit is wel dood zetmeel en daar kan de boer eigenlijk voor de gezondheid van zijn dieren niets mee doen. Maar men past daarop het voer met de computer wel weer aan met een of andere grondstof. Doch men krijgt het leven er nooit meer in. Het is dood zetmeel. En wat zien we bijvoorbeeld bij koeien en zeugen die lang moeten meegaan, waar de levensloop langer duurt, dat hierdoor de gevolgen groot zijn.
Bij mestkippen en mestvarkens heeft het dode zetmeel geen effect omdat de lever van die dieren meegroeit en het dode zetmeel geen blokkering kan veroorzaken. En dat is juist, ze groeien er beter van maar voor de lange termijn betekent het een ramp. Men kan natuurlijk niet de industrie van de ene dag op de andere verplichtingen opleggen en zeggen: nu mag u die en die grondstoffen niet meer gebruiken omdat de gevolgen voor de mens dramatisch blijken te zijn.
Maar als u dan weet dat om BSE te bestrijden in Europa er een hele overgang is gemaakt van het gebruik van natuurlijke producten naar synthetische en chemische producten. En dat vanwege ongeveer 500 mensen die gestorven zijn aan de ziekte van Creutzfeld-Jacob. Echter dat er per dag duizenden mensen sterven aan kanker, daar houdt men geen rekening mee.
Het hele verhaal lijkt een vooropgezet plan van de deskundigen om in Europa iedereen op hetzelfde niveau te krijgen voor wat betreft vitaliteit. Er waren landen die in het verleden uit één arbeidsuur meer rendement haalden dan andere landen. Bijvoorbeeld Nederland. De arbeidsinbreng was hier de hoogste ter wereld. Men kon hier de meeste arbeidsenergie voortbrengen. En om dat gelijk te schakelen met de rest van Europa, is de Creutzfeld-Jacobwet gemaakt.
En nu zitten wij in Frankrijk, Spanje, Italië, en de rest van Europa overal met dezelfde volksvergiftiging- als ik dat zo mag zeggen, want dat is het toch op langere termijn. Het probleem is dat men hier geen oog voor heeft. Doelbewust naar het schijnt heeft men deze gezondheidsondermijnende politiek ingebouwd.
We moeten tegen deze ontwikkeling iets doen, en gezamenlijk is dat ook mogelijk. Het is nog niet te laat. Het is hoog tijd dat we er iets aan gaan doen.
We hebben hier in Nederland een fantastisch grondstoffen-patroon aan zeeschelpen. Geen land in de hele wereld heeft deze calciumbron, deze energiebron van zeeschelpen die tevens drager is van vele micro-elementen zoals IJzer, Koper, Zink, en vele andere elementen van natuurlijke oorsprong. De natuurlijke mineralen en sporenelementen zijn, doordat ze met elkaar in harmonie zijn, en in de juiste verhouding tot elkaar staan, aanstuurprocessen voor een goede celdeling. Het kan veel problemen oplossen en weer zorgen voor een gezonde veestapel, die gezonde en vitale producten produceert.
Maar het is veel makkelijker om zink van oude dakgoten te gaan gebruiken. Dit krijgt men voor bijna niks. Oude auto’s en divers ander schroot, daarvan kan men diverse oxydes maken en het kost weinig tot niets. En ook dit wordt in diervoeder verwerkt. Als er ergens een vervuiling door een of andere stof in het milieu dreigt te raken worden er allerlei instanties bijgehaald. Doch dat er via deze manier van veevoederproductie lood en diverse andere zware metalen in ons lichaam terecht komen, daar lijkt niemand een probleem van te maken.
Goed, dus de industriële landbouw heeft niet goed uitgepakt. Maar wat betekent dat nu voor de consument? Voor zijn gezondheid en zijn emancipatie?
Hippocrates, grondlegger van de moderne geneeskunde, was hierover nog zo duidelijk, bijna 2500 jaar geleden: ’Uw voeding is uw geneesmiddel, uw geneesmiddel is uw voeding.’ Intussen wijden artsen-in-opleiding maar een fractie van hun studie aan voedingsleer. Maar wie de krant openslaat, kan onmogelijk de berichten missen over de relatie tussen voeding en gezondheid. Kanker, hartkwalen, diabetes, zwaarlijvigheid, hoge bloeddruk- het zijn westerse welvaarts ziekten die onomstotelijk ‘iets’ te maken hebben met voeding. Wat is er gebeurd? Is het toevallig, dat de epidemie van welvaartsziekten samenvalt met de doorbraak van de industriële landbouw? Nee, niet helemaal, om het op zijn zachtst te zeggen. De mens heeft zo’n 50 verschillende mineralen nodig die hij zelf niet kan aanmaken. Die mineralen moeten dus ergens vandaan komen. Uit de voeding, zou je denken, zoals dat altijd ging.
Maar in de landbouwgrond zijn veel belangrijke mineralen verdwenen, doordat jarenlang kunstmest is gebruikt. Door kunstmest, een mengsel van stikstof, fosfor, en kalium, raakt het evenwicht in de bodem verstoord. Gewassen groeien weliswaar, maar die groei gaat ten koste van belangrijke andere mineralen – zoals magnesium, chroom, en selenium. Landbouw- en Voedselorganisatie (FAO) van de Verenigde Naties heeft na een onderzoek in diverse werelddelen geconcludeerd, dat de gangbare landbouwmethode bijdraagt aan een ’ernstig tekort’ aan mineralen. Een andere recente studie toonde aan dat het gehalte aan vitaminen en mineralen in bonen sinds 1985 is gedaald met 60% en van appels met 80%. Popeye zou nu tweehonderd blikken spinazie moeten eten om dezelfde hoeveelheid ijzer binnen krijgen als vijftig jaar geleden in één blikje zat. Voor vitaminen geldt eveneens dat ze in veel mindere mate aanwezig zijn in groenten en fruit. Bloemkool bevat 50% minder vitamine C dan in 1963. Het gehalte provitamine A in appels is gedaald met 60% en in broccoli met 50%. Of neem het eiwitgehalte van granen. In 1900 bestond tarwe voor 90% uit eiwit, tegenwoordig nog voor 9% . Om de voedingsstoffen binnen te krijgen die vroeger in één snee brood zaten, zouden we nu tien sneetjes moeten eten.
Doordat planten in de bodem naar voeding zoeken en daar zelden nog nuttige mineralen vinden, nemen ze zware metalen uit de grond op, zoals aluminium, kwik, en lood. Ons lichaam neemt deze schadelijke stoffen makkelijker op door gebrek aan beschermende mineralen. Voor het verlies van voedingsstoffen krijgen we toch nog iets terug, namelijk de sporen van bestrijdingsmiddelen. Voedselautoriteiten hebben in een laboratorium in ongeveer 30% van de groenten en fruit die wij eten resten van landbouwchemicaliën ontdekt. Het is ook berekend dat mensen in de westerse wereld jaarlijks gemiddeld twee kilo aan bestrijdingsmiddelen binnenkrijgen.
http://utopia.knoware.nl/~wwitsel/main/artikelen/voeding.1.html
Zie ook volgende link: Het belang van goede voeding
Het voorgaande betekent dat ook de dieren dit in hun voeding binnenkrijgen.
Dus aanvulling van het huidige voedingsrantsoen met schelpencalcium is ook hier geen overbodige luxe, zolang deze elementen niet in de voeding aanwezig zijn. Als men weer zorgt voor een gezonde en vitale voeding, dan zult u zien dat heel veel gezondheidsproblemen bij mens en dier als sneeuw voor de zon verdwijnen.
© Aquarius Technology
10 jaar geleden heeft men al aangegeven hoe de voeding er aan toe was.
Samenvatting van het rapport "Tekorten in de Nederlandse Voeding"
Opgesteld door Ruud A. Nieuwenhuis,
directeur Stichting Orthomoleculaire Educatie
Hieronder volgt een samenvatting van het rapport "Tekorten in de Nederlandse Voeding", dat op 10 april 1995 werd toegezonden aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevr. dr. E. Borst-Eilers.
In dit rapport, dat werd opgesteld door S.O.E.-directeur Ruud A. Nieuwenhuis, wordt aangetoond dat de Nederlandse bevolking zich inadequaat voedt.
Zelfs bij het gebruik van een zogenoemd evenwichtige voeding, waarvan de verantwoordelijke overheidsinstanties steeds opnieuw beweren dat zij volledig in alle behoeften voorziet, treden ernstige tekorten op van zeer belangrijke micro-voedingsstoffen (vitamines, mineralen, spoorelementen).
Zeer verontrustende uitkomsten.
De uitkomsten van de door de Stichting Orthomoleculaire Educatie uitgevoerde voedingsberekeningen tonen onweerlegbaar het volgende aan:
a) zelfs een zgn. EVENWICHTIGE voeding bevat ONVOLDOENDE vitamines, mineralen en spoorelementen: vitamine A, selenium en koper komen als tekort bij de gehele bevolking voor.
Bij diverse bevolkingsgroepen, waaronder de twee kwantitatief grootste groepen (mannen en vrouwen van 22-50 jaar), komen verder nog tekorten voor aan vitamine D, calcium, ijzer, zink en magnesium. Voorts brengt de berekeningsuitkomst marginale innamen van de vitamines B1 en B2 aan het licht;
b) er zijn aanwijzingen dat het aantal mensen dat daadwerkelijk eet volgens de richtlijnen van de Voedingswijzers van het Voorlichtingsbureau voor de Voeding (VoVo), derhalve daadwerkelijk "evenwichtig" eet, uiterst klein is.
Dus met de inname van micro-voedingsstoffen door praktisch de gehele bevolking is het aanzienlijk slechter gesteld dan bij gebruik van de "evenwichtige" voeding.
Het is dan ook niet voor bestrijding vatbaar dat bij praktisch de gehele bevolking multiple deficiënties aan micro-voedingsstoffen bestaan;
c) bij de vaststelling van de voedingsnormen is ten onrechte geen rekening gehouden met allerlei omstandigheden die de behoefte aan noodzakelijke micro-voedingsstoffen bij de bevolking verhogen.
Indien ook deze negatieve factor wordt meegenomen, kan slechts worden geconcludeerd tot het bestaan van ernstige, multiple tekorten op micro-niveau bij de gehele bevolking.
Recent onderzoek toont overtuigend aan dat reeds de onder a) gesignaleerde tekorten leiden tot verhoogde kansen op het ontstaan van hart- en vaatziekte, kanker en andere ernstige, op grote schaal vóórkomende ziektebeelden, alsmede tot massaal verlies van conditie in de brede zin des woords.
Dit rapport geeft globale voorstellen om deze trieste prognose het hoofd te bieden.
Uit de berekeningen en aanvullend materiaal in het rapport kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
Eindconclusie 1:
De gemiddelde Nederlander gebruikt geen evenwichtige voeding. Maar zelfs als hij dat wel zou doen (eten volgens de Voedingswijzer van VoVo), dan nog krijgt hij lang niet de aanbevolen hoeveelheid van vele essentiële voedingsstoffen binnen.
Vrijwel de gehele Nederlandse bevolking kampt met kleine of grotere tekorten in de voeding aan essentiële vitamines, mineralen en spoorelementen. Deze tekorten zullen onvermijdelijk leiden tot (ernstige) gezondheidsproblemen.
Andere invloeden op de voedingsstatus en voedingsbehoefte.
De gevonden berekeningsuitkomsten van de gehaltes voedingsstoffen die dagelijks worden geconsumeerd, zijn getoetst aan de Nederlandse voedingsnormen, de zgn. Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden (ADH's).
Deze conservatieve normen (meerdere wetenschappers pleiten al langere tijd voor verhoging van vele ADH's) houden echter geen rekening met de volgende, onmiskenbare invloeden op het gehalte aan nutriënten in voedingsmiddelen en in humaan weefsel:
a) de verarming van onze landbouw- en veeteeltgronden als gevolg van monocultures, onvolkomen kunstmest-samenstelling, gebruik van verdelgingsmiddelen, zgn. veredeling van zaden e.d., eenzijdige veevoeding, hormoon-stimulantia, enz.;
b) de vervuiling in voeding en milieu: lichaamsvreemde toevoegingen aan voedsel, kunstvoedings-producten van de industrie (waarin schadelijke stoffen zoals transvetten, en samengesteld met verkeerde voedingsbalansen), straling, uitlaatgassen van het gemotoriseerde verkeer, gifuitstoot van de industrie, enz.;
c) de in wezen onnatuurlijke bereiding van ons voedsel (bakken, braden, frituren, enz.).
Het menselijk lichaam beschikt over vele routes om binnengeslopen vervuiling uit voeding en milieu te elimineren, maar behoeft daarvoor met name anti-oxidanten die zich voor een belangrijk deel in voeding bevinden.
Aangezien in het voorgaande is aangetoond dat aan deze stoffen in onze voeding juist een tekort bestaat, zal de ontgiftingscapaciteit van ons lichaam niet voldoende actief kunnen worden. De gevolgen hiervan zijn uiteraard zeer schadelijk voor de gezondheid.
Ter neutralisering van dit negatieve effect moet een compensatie worden gegeven voor de grotere behoefte aan micro-nutriënten, vooral anti-oxidanten. Het moge duidelijk zijn dat deze compensatie alleen mogelijk is in de vorm van suppletie met de ontbrekende anti-oxidanten.
Eindconclusie 2:
Indien ook de uit hoofde van milieu- en voedingsvervuiling noodzakelijke extra behoefte aan voedingsstoffen wordt ingecalculeerd, kan de conclusie niet anders zijn dan dat de gehele Nederlandse bevolking met middelgrote tot grote tekorten aan vele vitamines, mineralen en spoorelementen kampt.
Een schematisch overzicht, waarin de geconstateerde inname-tekorten en marginale innamen in tabel-vorm worden gepresenteerd, vindt u op een afzonderlijke SOE-pagina die u via de link hiernaast kunt bereiken.
Het rapport "Tekorten in de Nederlandse Voeding" werd opgesteld door:
Ruud A. Nieuwenhuis, directeur Stichting Orthomoleculaire Educatie.
Aan het rapport werd tevens medegewerkt door:
ir. A.A. van Ramshorst, voedingskundige, en
mr. N.H. de Vries, jurist en rechter.