Samenvatting:
Risico’s
Greenpeace vindt dat schadelijke stoffen niet thuishoren in het milieu. Dagelijks worden
we geconfronteerd met onzichtbare chemische stoffen in bijvoorbeeld computers,
vinylvloerbedekking, cosmetica, matrassen en voeding. Maar, zoals Greenpeace
aantoonde: ook in ons huisstof en in het regenwater. Voor werknemers en omwonenden
van productielocaties waar POP’s worden geproduceerd en/of gebruikt geldt nog een
extra concentratiebelasting. De verdere verspreiding van giftige, bioaccumulerende en
persistente stoffen moet worden gestopt, overeenkomstig de afspraken die zijn gemaakt
binnen de EU en in het OSPAR- en het VN-verdrag over POP’s. De risico’s voor mensen,
dieren en milieu zijn eenvoudigweg te groot - voor zovér we iets weten over de meer dan
honderdduizend chemische stoffen die inmiddels zijn geproduceerd. Naar veel stoffen die
al lang in gebruik zijn is nog niet of nauwelijks onderzoek gedaan. Maar wat we weten is
genoeg om het voorzorgprincipe toe te passen.
Substitutie nu
De belangrijkste conclusie die we kunnen trekken uit dit rapport, is dat substitutie van
wezenlijk en onmiddellijk belang is. Het is niet langer de vraag óf substitutie nodig is,
maar hóe we dit moeten verwezenlijken. Omschakeling van de ene schadelijke stof naar
een iets minder schadelijke stof is geen oplossing. Producenten schuiven de ftalaten DINP
en DIDP naar voren als mogelijke vervangers van het schadelijke DEHP. Maar ook deze
ftalaten zijn schadelijk voor het milieu en de gezondheid van mensen (VROM, 2002).
Daarom stelt het Beleidsstandpunt Weekmakers van VROM dat DEHP niet op grote schaal
mag worden vervangen door DINP en DIDP. Uit dit onderzoek blijkt echter dat de
verspreiding en concentraties van DINP en DEHP op dit moment al vergelijkbaar zijn.
Eenzelfde ontwikkeling zien we bij de omschakeling van nitromusken naar polycyclische
musken.
Alternatieven
Ooit werden de uitvinders van deze chemische stoffen geprezen, vanwege de toepasbaarheid
in tal van producten. Maar de concentraties die we aantreffen in het regenwater tonen
de keerzijde van deze medaille. Producenten kunnen zich niet langer verschuilen achter het
‘onvermijdelijke’ gebruik van deze schadelijke stoffen. Alternatieven bestaan voor bijna alle
stoffen. Vervangers voor broomhoudende brandvertragers zijn onder meer fosforesters
zonder broom of chloor, magnesium hydroxide en aluminium trihydraat. Ook bestaan
speciale verfsoorten en lakken waarmee hout of staal brandvertragend wordt gemaakt.
Ftalaten worden voor negentig procent gebruikt om PVC flexibel te maken (VROM, 2002).
PVC-producten als elektriciteitskabels zijn vaak makkelijk te vervangen door minder
schadelijke plastics als PE en PP. In plaats van vinyl kunnen linoleum, plavuizen of hout
de vloer bedekken. Alternatieven voor PVC-speelgoed zijn speeltjes van stof, hout of
minder schadelijke plastics. Voor een aantal producten is vermoedelijk nog geen
alternatief beschikbaar. In die gevallen moet de (chemische) industrie prioriteit geven
aan het ontwikkelen van onschadelijke alternatieven.
Wat wil Greenpeace
· Onmiddellijk verbod op productie en gebruik van POP’s
· De industrie moet overstappen op schone productieprocessen en onschadelijke
alternatieven - indien deze niet voorhanden zijn moet zij deze zo snel
mogelijk ontwikkelen
· Chemische stoffen pas produceren als vaststaat dat ze daadwerkelijk
onschadelijk zijn
· Volledige openbaarheid van proces- en productsamenstelling, inclusief de
effecten en stofeigenschappen
Bron: Greenpeace, voor het volledige onderzoek zie onderstaande link.